Quotumbemiddeling

Quotumbemiddeling

Melkquotum:
Sinds 1984 is er in Nederland een melkquotum. Iedere individuele melkveehouder heeft een melkquotum. Dit quotum geeft hem het recht een bepaalde hoeveelheid melk te produceren. Is het melkquotum bijvoorbeeld 400.000 kg dan kan hij 400.000 kg melk aan de melkfabriek leveren. Naast de melkveehouders hebben ook de fabrieken een melkquotum dat gelijk is aan de som van de melkquota van de boeren die de melk aan de betreffende fabriek leveren. Omdat er altijd boeren zijn die minder dan hun quotum melken (bijvoorbeeld door dierziekten of onverwacht hoge uitval van dieren) kunnen de andere boeren die bij de fabriek horen iets meer melk leveren. De melkquota zijn ingevoerd omdat er in de Europese Unie meer melk werd geproduceerd dan geconsumeerd. De overschotten worden met subsidies op de wereldmarkt afgezet (de prijs in de EU is hoger dan op de wereldmarkt). Om de hoge kosten van die subsidies, die ook alsmaar stegen door de groeiende melkproductie, te beperken werd het melkquotum ingevoerd. De hoogte van de melkquota in de EU bedroeg bij invoering in 1984 de productie van 1984 minus enkele procenten. Sinds 1984 is de omvang van de melkquota een paar keer aangepast. Door het melkquotum zijn dus de productie en de kosten van afzet op de wereldmarkt via exportsubsidies begrensd.